Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

Bridging gaps

Reint Fischer

Met het duurzaamste, niet het meest betrouwbare, motor gedreven vervoersmiddel overbrug ik de tweehonderd kilometer van Wageningen naar Bonn op de ochtend van zaterdag 21 mei. Na het eerste half jaar van ons honoursproject en twee uur wachten op treinen die geen haast hadden mag ik als observator de jaarlijkse bijeenkomst van de UN Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) bezoeken. De ambities van deze tak van de Verenigde Naties zijn recent sterk toegenomen en bedrijven en niet statelijke actoren worden meer betrokken. Van die verandering ben ik nu onderdeel. Mijn aanwezigheid als observator wordt aangemoedigd en naast de normale vergaderingen worden er side events verzorgd voor interactie tussen delegaties en observatoren. Van collega Rosanne heb ik gehoord dat er geen Nederlandse NGO’s aanwezig zijn. Geen van de nationale kranten maakt melding van de vorderingen. Tot zover de Nederlandse betrokkenheid en samenwerking.

Facultative Sharing of Views

Ter voorbereiding van een bezoek aan deze conferentie kun je gemakkelijk een dag vullen met het leren van alle afkortingen van werkgroepen, commissies en processen. Van al die afkortingen is de FSV er eentje die de moeite waard is. ’s Ochtends ben ik aanwezig bij de allereerste Facultative Sharing of Views (FSV), die de dag ervoor was geopend. Ontwikkelingslanden moeten naar hun kunnen elke twee jaar een rapport opstellen van de vorderingen in de implementatie van gerichte actie tegen klimaatverandering. Deze rapporten worden geëvalueerd door een technisch team dat feedback geeft en meedenkt over mogelijke verbeteringen. Dit hele proces wordt tijdens deze FSV besproken en becommentarieerd met alle landen.

Ik was onder de indruk van het niveau van de presentatie van Vietnam. De andere landen vonden dat ook en wilden middels een groot aantal vragen weten hoe Vietnam hun zaakjes zo op orde heeft kunnen krijgen. Vietnam heeft via een centrale organisatie de nationale situatie duidelijk geïdentificeerd. Waar moeten de eerste reducties in CO2 emissies plaatsvinden, welke kustgebieden worden bedreigd door een stijgende zeespiegel en kunnen deze gered worden als het zover komt. De stemming onder de delegaties van alle landen is opvallend positief. Het regent complimenten en er wordt meerdere keren benadrukt dat er geschiedenis wordt geschreven. Dit lijkt me op zichzelf geen slechte zaak, zeker omdat dit gepaard gaat met een nadruk op de grote hoeveelheid problemen die nog aangepakt moet worden. Het doet mij echter wel denken aan de middelbare-schoolversie van de VN, de MUN. Hier worden echte wereldproblemen benoemd maar niet opgelost, en zijn aanwezigen wel heel trots op hun maatpakken en mooie speeches.

Bridging gaps

Omdat er onder het verdrag van Parijs een groot aantal commissies is opgericht die een grote verscheidenheid aan taken hebben gekregen werd er ter afsluiting van de eerste week een plenaire bijeenkomst georganiseerd om iedereen op de hoogte te brengen van de stand van zaken. Ik denk dat ik vandaag wel twintig keer de woorden ‘bridging the gap(s)’ heb gehoord. Deze woorden zijn relevant voor veel van de dingen die ik gezien heb. Landen rapporteren welke ‘gaps’ er nog zitten tussen hun huidige beleid en een duurzaam ‘klimaatneutraal’ beleid. Investeringen in het oplossen van het klimaatprobleem zijn in vrijwel ieder land en op vrijwel ieder gebied nog niet toereikend. ‘We hebben meer geld nodig’ komt vaak voorbij. Culturele, sociale en welvaartsverschillen zijn vaak ook nog lastig te overbruggen. Discussies worden veel door dezelfde landen geleid, niet alleen als die er meer belang bij hebben, maar ook omdat culturele verschillen en opleidingen volgens mij veel bepalen over wat er wel en niet gezegd wordt door een onderhandelaar of wetenschapper. Christina Figueres, het gezicht van de UNFCCC, spreekt de woorden het meest doordringend: Deze plenaire bijeenkomst moet de gapende gaten overbruggen tussen al de werkgroepen en commissies, die allemaal een andere overweldigende taak hebben. Al het werk moet goed op elkaar afgestemd zijn om met zo’n groot orgaan het klimaatprobleem efficiënt aan te pakken.

Een blik op de volgende COP

De COP22 in Marrakech moet volgens de UNFCCC gericht worden op actie. Dat betekent dat het werk voor de delegaties en aanwezigen steeds technischer en praktischer zal moeten worden. Niet meer met elkaar vaststellen dat het belangrijk is om kusten te versterken, duurzame energie te gebruiken, waterbeheer en landbouw aan te passen, maar uitwisselen hoe we dat gaan doen. Het is inmiddels voor zoveel mensen en landen duidelijk dat er iets gedaan moet worden dat de vraag naar technische kennis en financiën snel stijgt. Mensen en instanties met deze kennis krijgen steeds meer macht. Belangrijke noot bij deze ontwikkelingen is dat het er op lijkt dat technologische en financiële vergaderingen en beslissingen vaak nog langzamer gaan en nog meer samenwerking vereisen dan politieke. Stappen worden zeker gezet, maar van een efficiënt proces is naar mijn gevoel nog lang geen sprake.

Bij afwezigheid van andere Nederlandse belanghebbenden en media ben ik mij bewust van de kloof die de Keryx te overbruggen heeft. Zie maar eens van saaie complexe wereldproblemen flitsend nieuws te maken waar heel Nederland betrokken bij wil zijn.