Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

4-1-2016,

Jasper Smits.

 

Om half zeven stond ik op, in mijn vakantie wel te verstaan, om mijn bus te pakken en mijn lange reis naar Den Haag te beginnen. Eenmaal uit de laatste tram, stap ik toevallig tegen mijn onderzoeksgenoot aan, Reint Fischer. Samen lopen we naar het gebouw toe. Het eerste obstakel dat ik tegenkwam, waren de draaideuren die veel te hard draaiden. Je moest er rennend doorheen, anders werd je onderuit getikt door de deur. Er zat blijkbaar een haast achter om naar binnen te gaan.

Afgelopen maand stond Parijs om meerdere redenen in het nieuws. De aanslagen die zijn gepleegd waren verschrikkelijk en werden veroorzaakt door een tekort aan menselijkheid en een tekort aan moreel inzicht. De tweede reden toont juist de goede wil van de mens. De overheden van 196 landen zijn samengekomen in Parijs om tot een overeenkomst te komen over het klimaat, het klimaatakkoord. Daarin staan de richtlijnen waaraan moet worden voldaan  om de temperatuur van de aarde niet meer dan 2°C te laten stijgen komende jaren.

 

Op 17 december kwam Nederland, vertegenwoordigd door o.a. Ivo de Zwaan (de delegatieleider) en Michel Rentenaar (Klimaatgezant Nederland), in Den Haag om verslag te doen van Parijs (er is een verslag gemaakt van deze dag door Reint, zie ‘ Wat is de eerste officiële Nederlandse reactie op de COP21?‘). Ze vertegenwoordigden Nederland ook enkele jaren geleden in Kopenhagen. Terwijl men het idee heeft dat er deze keer successen zijn behaald, had men het idee in Kopenhagen verloren te hebben. Waarom is het mogelijk dat Kopenhagen niet slaagde, maar Parijs wel? Deze vraag legde ik voor bij Ivo de Zwaan, delegatievoorzitter in beide gevallen, zowel Parijs als Kopenhagen. De Zwaan: ‘In het geval van Parijs is er een veel grotere betrokkenheid van de gehele samenleving. Men wil nu dat er iets gebeurt. De noodzaak van dit akkoord wordt  erkend door de hele samenleving en dit zorgde voor een veel grotere druk om de conferentie  te laten slagen.’ Deze betrokkenheid werd verklaard doordat meer niet-gouvernementele organisatie (NGO’s) zijn ontstaan en de burger en het bedrijfsleven er meer geld over hebben om duurzaamheid te waarborgen.

 

Ik was op zoek naar enige gegevens over de sfeer tijdens het sluiten van de akkoorden, om te achterhalen in hoeverre deze wel of niet  beïnvloed was door de aanslagen die net waren gepleegd en de grimmige sfeer die dat veroorzaakte in de stad? Het antwoord stelde me gerust en toonde de veerkracht van de mensen daar. Het toonde de drang om dit klimaatakkoord te bewerkstelligen en het toonde het doorzettingsvermogen waarin men verkeerde. Namelijk, het positivisme van COP21 is niet, of amper, aangetast door de sfeer waar Parijs in hing.

Barack Obama benadrukte de noodzaak van dit akkoord nog met een mooi citaat: ‘Wij zijn de eerste generatie die te maken heeft met de effecten van klimaatverandering en de laatste die er iets aan kan veranderen.’ Dit deed mij denken aan de draaideuren, waarmee ik in de ochtend naar binnen kwam. De snelheid waarmee we naar binnen werden gejaagd, is representatief voor de snelheid waarmee er iets moet veranderen en waarmee een overeenkomst is getekend dit jaar (al zijn daar natuurlijk jaren en jaren aan voorgegaan van nadenken, overleggen en discussiëren). Er zit haast achter. Zoals Han Weber, bestuurslid van Zuid-Holland, zei die dag in Den Haag: ‘Om de doelen die in Parijs  gesteld zijn te halen, moeten we allen hulpmiddelen inzetten. En, én, én. Niet of, of, of.’

 

Tijdens de twee weken van de COP21 in Parijs leefde de wereld tussen hoop en vrees. Maar uiteindelijk zegevierde men en is er een akkoord gesloten. Op het moment dat er met de hamer op het hout werd geslagen, op het moment dat het besluit was vastgelegd, op het moment dat de COP21 in Parijs voorbij was, begon het juichen, het lachen en schreeuwen, het huilen. Er zat zoveel emotie en ontlading, nadat het akkoord goedgekeurd was, dat je je even herinnerde dat politici ook échte mensen zijn, met échte gevoelens. Zij die praten over de échte wereld, lijken zelf in een schijnwereld te leven en te werken. Een schijnwereld bestaande uit internationale gedragsregels die ervoor zorgen dat het niet instort, aangestuurd door de economie en waar de wereld niet meer dan een speelbal is van de grootste en sterkste. Maar op dit soort momenten zie je dat ze leven.

 

Na een lange ochtend, die veel te vroeg begon voor mij, maar uiteindelijk wel de moeite waard bleek te zijn, moesten we ook die snel draaiende deur weer gebruiken om het gebouw te verlaten. En zoals je kunt lezen, heb ik het gelukkig overleefd.