Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

Reint Fischer.

Eén van de partijen die bij alle door de overheid georganiseerde bijeenkomsten over de COP21 is geweest is het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Tussen neus en lippen door ving ik gedurende deze bijeenkomsten op dat het PBL wetenschappelijke rapporten maakt waar de onderhandelingen op gebaseerd worden en dat zij een controlerende functie hebben op het gevoerde beleid van de overheid. Genoeg raakvlakken dus met de uitvoering en controle van klimaatafspraken waar wij in zijn geïnteresseerd. In het klimaatprobleem is de verscheidenheid aan perspectieven en standpunten een groot struikelblok voor effectieve oplossingen. Met dat gegeven in het achterhoofd belicht ik vandaag  het perspectief van het PBL en hun rol in het aansprakelijkheidssysteem van de Nederlandse overheid.

 

Om iets duidelijker te krijgen waar we het over hebben volgt hier de beschrijving van het PBL volgens hun eigen website: “Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) is het nationale instituut voor strategische beleidsanalyses op het gebied van milieu, natuur en ruimte. Het PBL draagt bij aan de kwaliteit van de politiek-bestuurlijke afweging door het verrichten van verkenningen, analyses en evaluaties waarbij een integrale benadering vooropstaat. Het PBL is voor alles beleidsgericht. Het verricht zijn onderzoek gevraagd en ongevraagd, onafhankelijk en wetenschappelijk gefundeerd.”

Deze algemene beschrijving heb ik verder proberen toe te spitsen op de internationale klimaatwereld door het stellen van een aantal vragen. De antwoorden op deze vragen vond ik in de publieke informatie over het PBL en in gesprek met Pieter Boot, sectorhoofd van de sector klimaat, lucht en energie. Hij zette hier eerder zijn beeld op de gevolgen van het akkoord voor 2016 uiteen.

‘2016: een jaar van keuzes

 

Wat is de directe relatie van het PBL met de COP21, wat doen haar medewerkers bij de conferenties en de bijeenkomsten erover?

Door middel van het analyseren van bepaalde wereldwijde beleidsscenario’s worden door het PBL voorspellingen gemaakt die internationaal de basis worden voor gemaakte afspraken. De National Determined Contributions van ieder land worden bijvoorbeeld bij elkaar opgeteld en geanalyseerd om te kijken of deze samen genoeg opleveren om wereldwijde doelen te bereiken. In samenwerking met het IPCC en in opdracht van de VN worden rondom klimaatconferenties dit soort rapporten gemaakt die overheden helpen met het onderhandelen en duidelijkheid verschaffen over de te treffen maatregelen.

Dit proces verloopt steeds beter en dat is te zien aan de groeiende wereldwijde ambities die worden uitgesproken: als het duidelijk is voor alle wereldleiders dat er iets gedaan moet worden, zullen verdragen hogere ambities uitdragen.

 

Lange-termijnafspraken maken kunnen we inmiddels, maar er gedurende lange tijd genoeg in investeren blijkt nog een (te) grote uitdaging. Eén kerntaak van het PBL is het in beeld brengen van de actuele kwaliteit van milieu, natuur en ruimte en het evalueren van het gevoerde beleid. Houdt die evaluatie van het gevoerde beleid in dat ze getoetst wordt aan het verdrag van Parijs?

Ja, door lange-termijndoelen te monitoren en bij de betreffende overheden de agenda op dit gebied actueel te houden helpt het PBL de overheid met het nakomen van de afspraken. Ministeries worden eens in de zoveel tijd erop attent gemaakt hoe succesvol het huidige beleid is, in hoeverre de doelen snel genoeg behaald worden en wat voor nieuwe ontwikkelingen ze kunnen verwachten. De adviezen voor ministeries op basis van wetenschappelijke rapporten zijn faciliterend, maar wegen veel zwaarder mee als er in verwezen kan worden naar verdragen of afspraken zoals de COP. Het zijn geen juridisch bindende adviezen die binnen een bepaalde termijn moeten worden geïmplementeerd; de zittende overheid in de vorm van het betreffende ministerie heeft uiteindelijk altijd het laatste woord.

 

Het PBL stelt onafhankelijk van de staat haar agenda samen en houdt zich zo politiek neutraal. Wel kunnen overheidsinstanties verzoeken indienen voor bepaalde onderzoeken die voor hen relevant zijn. In eerste instantie komen deze verzoeken van ministers of de Staten-Generaal, maar er lijkt ook ruimte voor relevante vragen van niet-commerciële organisaties.

Wat voor rol speelt het PBL in de Urgenda-zaak en wat zouden ze nog meer kunnen betekenen?In de Urgenda-zaak werd aangetoond dat de overheid nog niet genoeg had gedaan om klimaatdoelen voor 2020 te gaan behalen. Zouden rapporten van het PBL over de stand van zaken niet bij uitstek gebruikt kunnen worden om te bewijzen dat er niet genoeg gedaan wordt?

In werkelijkheid ligt dit onderwerp gevoelig bij alle partijen, waardoor het niet zo simpel zit. Hoewel het PBL een onafhankelijk instituut is, is het organisatorisch een onderdeel van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Een juridische aanklacht tegen de staat en haar ministeries is daarom officieel ook een aanklacht tegen het PBL. Na de klimaatzaak zijn er wel rapporten gemaakt over hoe de geëiste extra maatregelen zouden kunnen worden ingevuld. Hiermee bleef het PBL zo goed mogelijk binnen hun neutrale faciliterende rol. Officiële verzoeken die voldoen aan een aantal eisen kunnen worden behandeld door het PBL als ze relevant zijn.

 

Als ik zo onderzoek wat het PBL doet en hoe dat binnen de klimaatafspraken past, dan zie ik veel functies bij cruciale processen voor betere oplossingen. Aandacht voor deze functies en een heroverweging of het PBL in zijn huidige vorm deze functies optimaal benut kan een grote stap zijn naar een (nog) betere realisatie van onze ambities. Dit is echter niet iets waar alleen het PBL zelf invloed op heeft. Waardevolle producten van het PBL zijn namelijk ook de themasites die de maatschappelijke en klimaatgerelateerde problemen duidelijk weergeven voor iedereen die het wil lezen. Als we meer waarde willen toekennen aan de functies en producten van het PBL moeten we daar ook meer aandacht en energie voor hebben. Er worden veel infographics en andere interactieve webpagina’s uitgegeven die veel gestelde vragen prachtig weergeven. Het lijkt me zonde dat niet iedereen op de hoogte is van dit soort informatie. Soms zet onze overheid kwalitatief uitstekende producten neer en moeten we daar met z’n allen alleen veel beter gebruik van maken. Willen we er niet naar op zoek gaan of moet deze informatie meer gepromoot worden? Hoeveel willen we eigenlijk echt weten over de regie van ons land?