Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

Reint Fischer.

Van het afvangen van moleculen CO2 tot verwoestende orkanen die dagen voortrazen en wereldwijde conferenties: een grote uitdaging van klimaatverandering is het schaalprobleem. Problemen op wereldschaal worden veroorzaakt door een lokale uitstoot van gassen die zich in een mum van tijd over de hele aarde verspreiden.

De snelheid waarmee het klimaatprobleem zich verspreidt kan helaas nog niet bijgehouden worden door de mens. Voor een effectieve aanpak moeten de internationale doelstellingen doorwortelen in de lokale aanpak van klimaatverandering en moeten de succesvolle lokale acties zich verspreiden over de wereld. Een grote uitdaging dus voor politici en beleidsbepalers om contact te leggen met bedrijven en lokale overheden. Tot nu toe heeft de Keryx vooral geschreven over hoe het er internationaal aan toe gaat. Vandaag zoomen we daarom in op een kleine overheid: de gemeente Wageningen. Wat gebeurt er op kleine schaal en hoe zit het met dat schaalprobleem?

In 2008 heeft Wageningen uitgesproken in 2030 klimaatneutraal te willen zijn. Binnen de gemeenteraad was men het er over eens dat Wageningen een duurzaam functionerende gemeenschap moet zijn. In een stad die zich de city of Life Sciences noemt en die naast een progressieve universiteit veel innovatieve bedrijven herbergt, kun je natuurlijk een breed draagvlak voor deze visie verwachten. Ook lokaal is klimaatbeleid op deze manier politiek. Aanpak vereist een verandering in de manier van leven die door een samenleving gesteund moet worden. Dit betekent in de praktijk dat de gemeente plannen maakt voor vier jaar. Deze plannen volgen vooralsnog de routekaart1 die in 2012 is uitgestippeld. Zodra de gemeenteraad echter verandert en het politiek gezien niet urgent meer is, kunnen plannen, budgetten en banen zo naar de prullenbak verwezen worden. Zo was het produceren van eigen windenergie eerst nog een substantieel onderdeel van de routekaart, maar blijkt de weerstand dermate dat het geschrapt moet worden. Dat betekent dat er op andere vlakken zoals besparing, geothermie of zonne-energie meer moet worden gedaan.

Om haar doelstelling te realiseren heeft de gemeente drie fulltime banen voor beleidsmedewerkers klimaat. Ik sprak met één van hen, Ine Botman, om er achter te komen hoe het met de uitvoering van de Wageningse plannen zit en hoe de samenwerking verloopt met eenheden op andere schaal. Ik vond haar als contactpersoon tussen de gemeente en Wageningse bedrijven. Vooralsnog werken die vrijwillig samen onder het initiatief ‘Wageningen Werkt Duurzaam’ waar geïnteresseerde partijen bij elkaar kunnen komen om plannen uit te wisselen, koplopers hun aanpak delen en een energiecoach kan worden ingehuurd. Op 6 oktober aanstaande organiseren de gemeente en Stichting Zonne-energie Wageningen een eigen klimaatconferentie waar men hoopt tot afspraken te komen die vastgelegd worden in een convenant, een officieel samenwerkingsverband tussen de gemeente en betrokken bedrijven. Een voorbeeld van een goede samenwerking tussen gemeente en bedrijven is het aanleggen van gasvrije wijken. Als dit soort plannen door de gemeente vroeg en wijd bekend gemaakt worden, kunnen bouwbedrijven hier op inspelen. Ze kunnen toekomstgerichter te werk gaan, omdat ze de zekerheid hebben dat er vraag zal komen naar deze manier van bouwen.

Na de COP21 in Parijs ben ik in Den Haag bij een terugkeerbijeenkomst geweest van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Hiervoor waren allerlei betrokken partijen uitgenodigd, waaronder afgevaardigden van bedrijven en gemeentes. Ik vroeg een gemeenteraadslid uit Alkmaar in hoeverre gemeentes van het rijk doelen of opdrachten meekrijgen voor het behalen van internationale afspraken. Dergelijke vertaling van internationale akkoorden kende ze niet. De officiële samenwerking tussen het rijk en andere overheden bestaat momenteel uit de Lokale Klimaatagenda (LKA). Hierin staan aan de hand van tien speerpunten mogelijke acties beschreven waarmee de beoogde CO2 reductie behaald moet worden. Participerende overheden beschrijven hun projecten zodat deze met geïnteresseerden gedeeld kunnen worden. Hieruit kan inspiratie opgedaan worden door andere overheden, het rijk inventariseren hoe het er lokaal voor staat en de Tweede Kamer argumenten vinden voor het aanpassen van landelijk beleid. In de praktijk leidt deze LKA tot weinig interactie en discussie en merkt Botman op dat niet alle de neuzen dezelfde kant op staan. Dit bemoeilijkt een goede samenwerking. Een jaarlijks klimaatcongres2 voor Nederlandse ambtenaren en bestuurders is wegbezuinigd, waardoor er van overleg zelfs minder sprake is.

Koplopers hebben het gevoel dat ze nog steeds tegen de stroom in roeien en gemeentes krijgen vertrouwen in noch concrete noch abstracte maatregelen van het rijk. Partijprogramma’s geven zeer beperkt aandacht aan het beperken van klimaatverandering. Van de PVV5 kunnen we helemaal niets verwachten: als hun populariteit aanhoudt investeren we de komende vier jaar niet meer in o.a. windmolens en innovatie. Dit zijn op 1 september6 Nederlands twee grootste partijen.

Het CDA heeft wel voorzichtige standpunten over het faciliteren van klimaataanpak, maar mijdt in de aankondiging7 van hun verkiezingsprogramma enig woord over klimaatverandering: ”We zien in de praktijk dat verkiezingsprogramma’s steeds sneller worden achterhaald door de actualiteit. De dreiging van IS, de problemen met Rusland of de instroom van vluchtelingen waren in het vorige programma niet in die mate voorzien.” en “Daarom presenteren we een samenhangende visie op de problemen en oplossingen van vandaag en morgen. Daarbij concentreert het programma zich op de thema’s die voor ons land en voor de kiezers het meest urgent zijn en die herkenbaar zijn voor de visie van de christendemocratie. Je moet dan denken aan de zorg voor elkaar, een eerlijke economie, een sterke samenleving en het belang van waarden en traditie.”

De D66 heeft hele uitgebreide ideeën over het verduurzamen van Nederland, maar ook in hun aankondiging8 van het verkiezingsprogramma wordt klimaatverandering niet tot de grote problemen gerekend en worden mogelijkheden om het klimaat te noemen niet benut: “Een schril contrast met de grote problemen die er ook zijn, zoals het terrorisme en de vluchtelingencrisis. De voort­durende berichten over aanslagen en oorlogen vragen veel van iedereen.”

Ik kan me voorstellen dat partijen zich in eerste instantie willen uitspreken over problemen die spelen onder een grote groep kiezers. Als we echter bij het benoemen van de grootste uitdagingen voor Nederland het klimaatprobleem achterwege blijven laten, wordt het benodigde gevoel van urgentie nooit verspreid over de Nederlandse bevolking.

Macht en mogelijkheden van een gemeente

De gemeente Wageningen kreeg in 2010 een subsidie van het innovatieprogramma klimaatneutrale steden voor een groot project in de zonne-energie. Ze waren één van de tien deelnemende gemeentes aan het programma en gelden ook nu als een koploper wat betreft lokaal klimaatbeleid. Een gemeente heeft de macht om projecten te steunen, informatie te delen en de eigen gebouwen en mensen zo duurzaam mogelijk te laten functioneren. Er zijn drie belangrijke taken in het verduurzamen van onze leefstijl waar een gemeente geen rol in kan spelen en afhankelijk is van bovenaf: het geven van financiële prikkels om particulieren uit zichzelf te laten veranderen, het afdwingen van verandering door wet en regelgeving en ten slotte het grootschalig uitspreken van landelijke urgentie. Deze zaken kunnen vrijwel alleen door het rijk georganiseerd worden. Koplopers hebben het gevoel dat ze tegen de stroom in roeien omdat zij actief verduurzamen, maar het rijk op deze drie punten erg weinig doet.

Een koploper als Wageningen heeft te maken met een aantal groepen mensen. Er is een kleine groep die zo overtuigd is van de noodzaak te veranderen dat ze zelf aan de slag gaan met hun bedrijf of hun levensstijl. Dan is er een grote groep die het klimaatprobleem wel erkent, maar door ontbreken van zowel financiële prikkels als strenge regelgeving nog niet geneigd is te veranderen. Tot slot is er een kleine groep mensen die er expliciet baat bij hebben als er niets verandert, omdat hun businessmodel nog geënt is op verouderde kennis.

Door het geven van financiële prikkels in de vorm van belastingen of een CO2-prijs zal een grote groep vanzelf veranderen. Door het aanscherpen van regels voor bijvoorbeeld nieuwbouw zullen verouderde businessmodellen zich moeten aanpassen. Door het herhaaldelijk benoemen van de internationaal vastgestelde urgentie van klimaatverandering kan men in Den Haag, maar ook in Hilversum, de samenstelling van deze groepen mensen veranderen.

Met die gedachten in het achterhoofd kijk ik alvast vooruit naar een volgend onderwerp in het Nederlands klimaatbeleid: de media.

 

1  https://issuu.com/delynx/docs/routekaart_klimaatneutraal

2  http://www.europa-nu.nl/id/vigd7fdz1q8c/agenda/klimaatcongres?ctx=vi0rnh8fcfg8&v=1&start_tab1=84

3 https://www.vvd.nl/standpunten/groen/milieu/347/klimaat#lezen

4 https://www.vvd.nl/standpunten/groen

5 http://www.pvv.nl/index.php/visie.html

6 http://www.ipsos-nederland.nl/ipsos-politieke-barometer/barometer-van-deze-week

7 https://www.cda.nl/partij/tk2017/verkiezingsprogramma/

8 https://d66.nl/verkiezingsprogramma-samen-sterker-kansen-iedereen/