Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

Door Belle Bergsma – Twee jaar geleden kozen we een foto van windmolens in zee als coverfoto voor deze website, als een symbool voor Nederland in transitie naar een duurzamere samenleving. Schone energie bijdragend aan het behalen van de doelen gesteld in het klimaatakkoord van Parijs, daar kan toch niemand tegen zijn? Dit stuk laat een andere kant zien van de energietransitie. Tijdens het schrijven van mijn scriptie -over protest tegen windmolens in Mexico-  kwam ik erachter dat ook hier in Nederland niet iedereen blij wordt van windmolens. Makkum en omgeving, het geboortedorp van mijn vader, een gebied in Friesland vlak onder de afsluitdijk, is de laatste jaren in rep en roer over de komst van windmolens. Ik besluit een klein onderzoek te doen. Ik wil graag weten waarom mensen zo tegen iets kunnen zijn waarvan ik altijd dacht dat het positief was: meer windmolens brengen ons toch immers dichter bij het behalen van de klimaatdoelen?

Nog onbekend met de windmolenhistorie van Friesland ga ik op bezoek bij een oom in Makkum. Hij vertelt me hoe in 2012 de plannen voor twee grote windmolenparken werden gepresenteerd door de provincie, één voor de kust van Makkum in het IJsselmeer en één op het land ten noorden van Makkum. Deze plannen zijn het gevolg van afspraken tussen de Rijksoverheid en de provincie Friesland, waarbij is vastgesteld dat er 530,5 MW aan windenergie moet worden opgewekt in 2020 om aan Europese afspraken te voldoen. Direct schoten de actiecomités als paddenstoelen uit de grond. Zo kwam de Stichting Don Quichot, gericht op de windmolens in het IJsselmeer, bij mijn oom langs om geld op te halen en handtekeningen te verzamelen tegen de komst van windmolens. Ook werden er avonden georganiseerd door burgerinitiatief Hou Friensland Mooi om aandacht te vragen voor de windmolens op land. En niet zonder succes, een van de twee bestaande plannen, voor de komst van zo’n 60 windmolens op land, is inmiddels geschrapt door de provincie. Ook bestaande organisaties en stichtingen zoals de Waddenvereniging, de watersportvereniging, de vogelbescherming en it Fryske Gea (natuurbescherming Friesland) spraken zich uit tegen de plannen. Het thema windmolens gonst door de hele regio.

Ik ben verbijsterd. Al twee jaar lang schrijven we stukjes over waarom de transitie niet snel genoeg gaat en promoten we het idee dat er systemen moeten komen die de overheid verantwoordelijk moeten houden om zich aan haar klimaatafspraken te houden. Meer windmolens is een stap in de goede richting, toch? Het ligt kennelijk ingewikkelder dan dat. Bij een google-actie vind ik al snel wat tegenargumenten: geluidsoverlast, slagschaduw en onverkoopbare huizen. Als ik mijn oom vraag wat hij zelf van de windmolenparken vindt, vertelt hij dat hij inmiddels eigenlijk niet zo’n bezwaar meer heeft tegen het windpark in het IJsselmeer, want de windmolens komen er uiteindelijk toch, en dan maar liever op een plek waar niemand er last van heeft. Maar hij is wel tegen de komst van windmolens op het land. Overigens, voegt hij er aan toe, ik heb Don Quichot wel gesteund voor alle moeite die ze gedaan hebben voor de mensen in het dorp.

Op donderdag 28 september proef ik voor het eerst de sfeer van de windmolenprotesten. Hou Friesland Mooi heeft een avond georganiseerd in het dorpshuis in Zurich, een klein plaatsje boven Makkum, om de nieuwe plannen van de provincie toe te lichten voor het park op land: Nij Hiddum Houw. Dit park is een initiatief van commerciële partijen: windboer Brouwer, Windpark A7 en Nuon. De avond is aangekondigd met een folder die kopt: ‘’Om met de deur in huis te vallen: er staat onze omgeving een ramp te wachten. Onze woonomgeving dreigt in één klap vernietigd te worden.’’. De angst voor het windmolenpark wordt in korte heldere punten omschreven: het landschap wordt verwoest, er komt geluidsoverlast en ook de negatieve effecten van slagschaduw en obstakelverlichting worden genoemd. Dat die angst wordt gedeeld door de mensen uit de buurt blijkt die avond al vanaf het begin. Ik sta versteld van de opkomst, maar vooral ook van de sfeer onder de mensen. Het kleine dorpshuis is tot de nok toe gevuld met mensen en ook buiten staan nog zo’n tien mensen die er echt niet meer bijpassen. Na een korte presentatie van de organisatie over wat de komst van het park gaat betekenen en de presentatie van een plan van aanpak om tegen het windpark te strijden, barst een discussie los. Vooral frustratie over het proces wordt geuit, gevolgd door korte applausjes vanuit het publiek. Twee mensen lopen zelfs boos weg omdat ze het idee hebben dat protest toch niet meer werkt. Hierop roepen een aantal mensen dat ze nog wel hoop hebben en zich (nogmaals) willen inzetten voor een alternatief plan. Ik begin me af te vragen wat er de afgelopen vijf jaar sinds de aankondiging van de plannen allemaal is gebeurd. Een terugkerend thema is dat de burgers het idee hebben dat ze speelbal zijn van een politiek spel, waar ze zelf totaal geen invloed op of inspraak in hebben. Er wordt besloten dat deze regio geen regio is die zomaar over zich heen laat lopen. De wind is van iedereen en niet slechts van bedrijven en windboeren. Die avond wordt opnieuw een petitie gestart. Er wordt afgesproken om massaal over te stappen op een andere energieleverancier en een brief te schrijven aan de provinciale staten. Er wordt nog lang nagepraat, eerst in het dorpshuis en later in de enige kroeg die het dorp heeft. Zo krijg ik de gevaren van geluidstrillingen, slagschaduw en de lichten keer op keer uitgelegd. De angst dat huizen onverkoopbaar worden is groot, maar de grootste frustratie zit hem in het gevoel van onmacht en het niet betrokken worden bij plannen gemaakt door de overheid en grote bedrijven.

Waar het gevoel van onmacht vandaan komt wordt me langzaam duidelijk als ik die avond kort de maker van de film Onderstroom spreek. Hij heeft een documentaire gemaakt die gaat over de komst van de windmolens in Friesland en het burgerinitiatief Hou Friesland Mooi. Ik krijg een link zodat ik de documentaire thuis kan bekijken. De documentaire laat zien hoe burgers het heft in eigen handen proberen te nemen na de aankondiging van de windparken in 2012. Ze komen met een alternatief plan voor windenergie en presenteren dat aan de provincie Friesland. Een aantal dingen vallen me op. Allereerst ben ik geschokt door de rol die geld speelt in het verhaal. Veel windmolens in Nederland komen op particuliere grond te staan, vaak op grond van boeren. Voor een grondeigenaar levert dit per windmolen gemiddeld zo’n 36.000 euro per jaar op. De buurman heeft slechts recht op een eenmalige schadevergoeding van een paar honderd euro. Dat dit een groot gevoel van onrecht veroorzaakt bij omwonenden blijkt ook uit alle interviews die ik daarna houd met omwonenden. Het idee wordt geschetst dat de windboeren slapend rijk worden, vertrekken naar warme vakantieoorden en dat de buren en andere omwonenden met de negatieve gevolgen achterblijven. Steevast wordt daaraan toegevoegd dat wind ook nog eens gesubsidieerd wordt met belastinggeld, ‘ons geld’, maar de opbrengsten van de windmolens komen slechts terecht bij een enkeling. De documentaire laat op een schrijnende manier zien hoe het overheidssysteem faalt in het laten meedenken van burgers in de energietransitie. Vanaf het begin heeft Hou Friesland Mooi zich ingezet om niet alleen tegen de bestaande plannen te strijden, maar ook om met een alternatief plan te komen waarbij het motto is: eerlijk delen van lasten, lusten en zeggenschap over windmolens, waarbij dorpen energie kunnen krijgen van hun eigen windmolens en bedrijven niet zonder instemming van bewoners zomaar een windmolenpark kunnen neerzetten. Ze gaan langs alle dorpshuizen om burgers mee te laten denken en draagvlak te creëren voor het alternatieve plan.

Uiteindelijk besluit de provincie het burgerinitiatief van tafel te vegen en slechts één windpark, ge-initieerd door de commerciële partijen Nuon, Windpark A7 en Brouwer BV, Nij Hiddum Houw, door te laten gaan. Dit windpark vervangt het nu bestaande kleinere windpark Hiddum Houw. Hoe het nou precies kan dat het alternatieve plan uiteindelijk niet doorgaat wordt niet duidelijk. De mensen die ik later interview hebben het idee dat er in een achterkamertje gewoon een deal is gesloten tussen Nuon, windboer Brouwer en de provincie. Er ligt nu een WOB verzoek om uit te zoeken wat er precies gebeurd is. Kennelijk is de overheid ook hier tekort geschoten in haar communicatie naar burgers toe, wat het gevoel van wantrouwen versterkt.

Een paar dagen later heb ik afgesproken met iemand uit de gemeente politiek. Hij licht me in over de historie van de windmolens in de regio. In de jaren negentig komt het thema voor het eerst ter sprake. Ook toen al was er veel weerstand vanuit de burgers tegen het plaatsen van windmolens. Het kleine windpark Hiddum Houw dat er nu staat is er in de jaren negentig gekomen met de belofte dat het park een zogenaamde ‘sterfhuisconstructie’ zou worden en na twintig jaar weer zou verdwijnen. Het idee was dat de technologie in de tussentijd zulke grote sprongen zou maken dat de windmolens niet meer nodig zouden zijn. Dat de provincie er nu toch voor kiest om juist dat windpark in stand te houden en de windmolens te vervangen door nog grotere molens zorgt voor veel frustratie en onbegrip. Het is ook in tegenspraak met documenten uit 2014 waarin de provincie uitlegt dat voor een aanpak wordt gekozen waarbij in plaats van bovenaf door de provincie, van onderaf door burgers gebieden worden aangewezen voor windmolens. Hij vertelt me dat een van de problemen is dat veel lokale politici te weinig verstand van zaken hebben en daardoor kwetsbaar zijn voor de windlobby van windboeren en bedrijven. Het lijkt alsof de overheid slechts kijkt vanuit een economisch belang. Al die dorpsmolens zijn natuurlijk leuk om het draagvlak voor windenergie te vergroten, legt hij uit, maar voor bedrijven is dat uiteindelijk niet rendabel genoeg. De burger wordt op verschillende manieren ondergesneeuwd. Ze hebben geen toegang tot dezelfde lobbyposities als bedrijven en boeren, maar misschien nog wel belangrijker; de politicus vertelt dat de gepresenteerde ruimtelijke ordeningsplannen en voortrajecten voor molenparken in wording zo abstract en vaag zijn dat het lastig is om daar tijdig tegen te protesteren. Op het moment dat de plannen concreet worden, zoals het windpark Nij Hiddum Houw, is het eigenlijk al te laat voor zinvol protest. Er zijn wel inspraakavonden en er kunnen bezwaren worden ingediend, maar burgers hebben het idee dat er op dat moment al niks meer met hun protest zal worden gedaan.

Inmiddels steeds beter thuis in de winddiscussie maar vooral ook in de belevingswereld erachter, woon ik opnieuw een avond bij over windenergie. Dit keer in Zoetermeer waar een discussie is georganiseerd over de komst van windmolens. Ik krijg het idee dat hier een ander publiek zit. Er zitten vooral experts, ambtenaren en onzekere bestuurders in de zaal die willen leren van het proces in Friesland. Ook hier is de discussie fel en wordt er gewaarschuwd voor het mislukken van de energietransitie als lasten en lusten niet goed verdeeld worden en participatiemogelijkheden voor burgers beperkt zijn. Daar wordt aan toegevoegd dat het vooral ook noodzakelijk is om burgers middelen en tijd te geven zodat ze een evenwichtige stem hebben in het debat.

Ook wordt er gewezen op het gebrek aan kennis over duurzame energie, zowel bij lokale bestuurders als bij burgers zelf. Dit sluit aan bij wat ik ervaar als ik omwonenden interview. Alhoewel ik zelf ook een leek ben op het gebied van energie, valt het me op dat er nogal wat tegenstrijdige informatie rond zoemt over duurzame energie in het algemeen en over de mogelijkheden die er zijn om windmolens te plaatsen. Er worden talloze alternatieven genoemd: van zonnepanelen op de afsluitdijk tot kerncentrales, maar ook alternatieve plekken voor de windmolens zelf worden genoemd. Ik hoor een aantal keren het argument dat het park in het IJsselmeer waarschijnlijk voldoende is om de 530 KWH op te brengen zodat het park Nij Hiddum Houw niet eens nodig zou hoeven zijn. Ik zou het op dit moment in mijn onderzoek wel verfrissend vinden als een onafhankelijk expert (zonder enig belang in windenergie) zou uitleggen wat er nou wel en niet precies kan qua duurzame energieopwekking en wat er nodig is.

’s Avonds laat zoek ik op internet verder. Dat er een kloof is tussen burgers, windbedrijven en overheid is me inmiddels meer dan duidelijk. Ik kijk op de website van het nog te realiseren windpark Nij Hiddum Houw en kom daar een paar verrassende paragrafen tegen. Een kwart van het windmolenpark wordt gereserveerd zodat ook anderen kunnen participeren in het project en daarnaast wordt een deel van de winst in een fonds gestort waar projecten ten gunste van de omgeving uit worden gefinancierd. Op de website van de provincie Friesland zie ik dat er op 11 juli een informatiemarkt is georganiseerd over het windpark. Wel is het interessant dat bewoners het plan die dag alleen maar kunnen bekijken, maar er geen inspraak meer in hebben. De informatieavond, de gedeeltelijke participatie in het project en dat een deel van de winst in een fonds komt kwam niet ter sprake in mijn gesprekken met de geïnterviewden. Een van de geïnterviewden zei zelfs dat er geen mogelijkheid zou zijn om te participeren.

Ik vind ook een Nota van de provincie waarin min of meer wordt uitgelegd waarom het plan van Hou Friesland Mooi is afgekeurd; vanwege beperkt politiek draagvlak. Wat er bedoeld wordt met beperkt politiek draagvlak wordt niet uitgelegd. Dezelfde dag dat de plannen zijn afgekeurd besluit de provincie de Kop van de Afsluitdijk aan te wijzen als alternatieve locatie. Het park Nij Hiddum Houw wordt uitgekozen om invulling te geven aan het project omdat het aansluit bij eerder gemaakte beleidskeuzes. Zou deze keuze inderdaad beïnvloed zijn door de sterke windlobby? De burgers weten het niet, dat vraagt om uitgebreider onderzoek. Een deel van de mensen heeft het idee dat ze het slachtoffer zijn van een politiek spel.

Hoe moet het dan wel? Ik vind nog steeds dat de overheid het initiatief  moet nemen in de transitie naar een duurzamere samenleving. Al zie ik nu dat bij een deel van de burgers juist door deze windmolen geschiedenis het vertrouwen in de overheid weg is, terwijl deze mensen aangeven in principe voor windenergie te zijn. Ook duurzaamheid leeft; ik zie veel huizen met zonnepanelen op het dak en een van mijn respondenten zegt bijvoorbeeld te willen overstappen op een hybride auto. Misschien kan de overheid beginnen met betere voorlichting aan burgers en de burgers betrekken vanaf het begin af aan bij dit soort ingrijpende beslissingen. De overheid moet daarnaast kaders stellen om ervoor te zorgen dat dit alles financieel zo geregeld wordt dat niet een paar boeren en de energiebedrijven als enigen profiteren. Nu lijkt het alsof het uitgangspunt van de overheid slechts een soort economisch belang is, waarin marktwerking en het verdienen van geld een belangrijke rol krijgen, terwijl duurzaamheid als uitgangspunt voorop zou moeten staan, toch? Onderweg terug in de trein naar huis na mijn laatste bezoek zet ik wat gedachten op papier over wat ik nou zelf heb geleerd van dit kleine onderzoek.  In ieder geval dat er een groot gat zit tussen de ambities wat betreft windenergie op land in Den Haag en de beleving van dit beleid bij een deel van de burgers in Friesland. Er bestaat een groot angstbeeld ten opzichte van de komst van windmolens, maar wat misschien nog wel meer aanwezig is, is het gevoel van onmacht: het idee niet gehoord te worden door bestuurders die de beslissingen nemen en een oneerlijke verdeling van lasten, lusten en inspraak in energiebeleid. Een uitdaging voor de overheid om dit in het vervolg beter aan te pakken en na te denken over de rol die marktwerking heeft in dit proces.

 

Voor meer informatie over de documentaire Onderstroom zie www.onderstroom.net.