Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

16-05-2015,

Belle Bergsma.

Maandag 16 November bezochten we een bijeenkomst voor stakeholders naar aanleiding van COP21, georganiseerd door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De bijeenkomst was georganiseerd om stakeholders te informeren en mee te laten denken over de inbreng van ‘Team Nederland’ tijdens COP21. Voor ons een mooie kans om vragen te stellen en rechtstreeks informatie te krijgen over de inzet en verwachtingen voor Parijs. Het was interessant om te zien wie door de overheid werden gezien als stakeholders. Er waren een aantal grote bedrijven en organisaties zoals de Hogeschool Utrecht, ING, de Nederlandse Vrouwenorganisatie en de Protestante Kerk. Ook waren grote gemeenten zoals Amsterdam en Rotterdam en provincies vertegenwoordigd. Daarnaast was er een heel scala aan organisaties speciaal gericht op klimaatverandering: Het Klimaatplein, Milieudefensie, Greenpeace, De Groene Zaak, De Nederlandse Klimaatcoalitie, Urgenda en natuurlijk wijzelf. Ook het ministerie van Buitenlandse Zaken was vertegenwoordigd.

Het eerste deel van de bijeenkomst bestond uit een presentatie van Team Nederland. Deze borduurde voort op de Kamerbrief van Staatssecretaris Sharon Dijksma. Het eerste deel van de presentatie werd gegeven door onder andere Michel Rentenaar en Ivo de Zwaan, delegatieleider straks in Parijs. De kerninzet van het akkoord is dat op lange termijn de temperatuurstijging onder de twee graden blijft, dat zo veel mogelijk landen mee zullen doen en dat het akkoord daarom flexibel zal moeten zijn. Op het moment van de presentatie waren er 162 landen (INDC’s) die (zich aan wilden sluiten bij het akkoord) door middel van een plan op nationaal niveau aangetoond hebben dat ze van plan zijn mee te werken aan een verdrag. Samen zijn zij goed voor ruim 90% van de totale uitstoot, dat is een aanzienlijke vooruitgang ten opzichte van het Kyoto protocol, waar maar een paar landen aan meededen. Waar het Kyoto protocol niet alleen ambitieus was, maar ook goed geregeld en streng voor landen die zich niet aan de gemaakte afspraken hielden, wordt er in Parijs gemunt op een minder streng akkoord waardoor er meer landen aan mee zullen doen. Er werd kort teruggeblikt op de minder succesvolle COP 20 in Kopenhagen. Team NL verwacht dat Parijs succesvoller zal zijn omdat de politieke urgentie van een klimaatakkoord is gestegen, de wetenschap de noodzaak van een akkoord heeft aangetoond en zowel China als de Verenigde Staten meer ambitie hebben om het klimaatprobleem aan te pakken. Er werd benadrukt dat Europa tijdens de onderhandelingen als een mond zal spreken. Michel Rentenaar beschreef het akkoord als serieus, dynamisch en flexibel waarbij drie kerndoelen centraal staan. Het akkoord moet gericht zijn op de lange termijn waarbij uiteindelijk klimaatneutraliteit bereikt zal worden. Daarnaast moet het akkoord dynamisch zijn: Nederland ziet het belang in van een review-of updatesysteem waarbij elke vijf jaar gekeken zal worden wat er verbeterd kan worden. Hierbij moet het mogelijk worden om de concrete afspraken die nu nog niet zo streng zijn, omhoog bij te stellen. Tot slot is transparantie belangrijk zodat landen elkaar kunnen helpen en beleid zichtbaar is voor niet-statelijke actoren. Dit is ook gelijk het enige wat waarschijnlijk juridisch bindend wordt in het verdrag: dat landen verplicht zijn om hun vorderingen te rapporteren. Of doelen wel of niet gehaald worden, zal afhangen van allerlei nationale aspecten, zoals een goed lopende economie en wordt dus niet juridisch bindend vastgelegd. Er werd benadrukt dat Nederland af wil van de traditionele verdeling van ontwikkelde en niet-ontwikkelde landen en in plaats daarvan kijkt naar welke landen ambitie hebben (Europese landen en Zuid-Amerikaanse landen) en landen die minder ambitie hebben (zoals een aantal golfstaten). Tot slot werd de rol van niet-statelijke actoren benadrukt. Deze zullen in Parijs besproken worden tijdens de Lima-Paris Action Agenda, waar initiatieven en acties van niet-statelijke actoren centraal staan.

Naar aanleiding van de presentatie was het mogelijk om vragen te stellen. Een aantal vragen staan aan het eind van dit document uitgewerkt. Wat ons opviel was dat op een aantal vragen niet concreet antwoord werd gegeven en veel ook voor de overheid nog onduidelijk is. Voor ons werd duidelijk hoe groot de rol van Europa zal zijn, maar ook dat het akkoord waarschijnlijk slechts zal bestaan uit grote kaders in plaats van concrete richtlijnen. Dit is een bewuste keuze zodat het akkoord bij verandering van ambitie niet aangepast zal hoeven worden en het akkoord zal gelden als een raamwerk voor concretere afspraken. De vraag rest hoeveel het akkoord straks daadwerkelijk zal bijdragen aan de ambitie en verplichting van staten om het klimaatprobleem aan te pakken. Idealiter zou het akkoord straks landen moeten binden om hun gemaakte afspraken na te komen. Het is echter de vraag hoe ambitieus het akkoord er daadwerkelijk uit komt te zien en welke middelen er zijn om landen op basis van het akkoord aan hun verplichtingen te houden. Vooral op die laatste vraag hopen we de komende twee jaar een antwoord te vinden, door te kijken wat de Nederlandse Overheid allemaal zal ondernemen naar aanleiding van de gemaakte afspraken.

In het tweede deel van de bijeenkomst werden de stakeholders onderverdeeld in een aantal werkgroepen over ambitie, financiering en de rol van niet-statelijke actoren. Op die manier was het mogelijk echt met elkaar in gesprek te gaan. Wat ik zelf ervaarde, in de werkgroep over de rol van niet-statelijke actoren, was dat slechts een paar mensen het gesprek overnamen. Uit het gesprek bleek dat bedrijven vooral duidelijke kaders en richtlijnen van de overheid verwachten. Alleen op die manier zullen bedrijven gemotiveerd zijn om ook echt iets te doen aan klimaatverandering. De overheid was daar zelf terughoudend over en gaf aan dat het stellen van duidelijke kaders en richtlijnen lastig is, zonder aan te geven waarom.

Er is een aantal keer benoemd dat dit soort middagen bedoeld is om de transparantie van het overheidsbeleid te vergroten en feedback te krijgen van verschillende belanghebbende partijen. Aangezien er echter een hele diverse groep stakeholders aanwezig was en de presentaties en werkgroepen niet heel strak waren ingericht op het verkrijgen van feedback, concluderen wij echter dat er nog veel gewonnen kan worden op het terrein van transparantie en samenwerking met de samenleving.

Wat we deze middag misten waren concrete plannen waar oprechte ambitie uit doorklonk om het klimaatprobleem aan te pakken. In plaats daarvan hoorden we vooral mooie woorden. Het zou mooi zijn als de overheid na het maken van het akkoord komt met concrete maatregelen waar aan gewerkt zal worden.

Voor ons was het een zeer informatieve middag en heeft het ons weer nieuwe input gegeven voor ons project. Zo gaan we proberen in gesprek te komen met het team voor de overheid wat vooral op nationaal niveau met het akkoord te maken heeft. We hopen dat zij ons meer kunnen vertellen over concrete nationale maatregelen en juridische mogelijkheden om de staat eventueel aansprakelijk te stellen voor de gemaakte afspraken.

 

Vragen en antwoorden

 

Wat is de rol van het parlement bij het bepalen van de positie die Nederland inneemt tijdens COP21 en later bij het implementeren van de afspraken?

Op deze vraag hebben we niet echt duidelijk antwoord gekregen. Op 24 november is een tweede kamerdebat, het parlement zal daar zijn mening kunnen laten horen over de positie die Nederland zal innemen.

 

Hoe zal de verantwoordelijkheid voor het implementeren van de internationale afspraken worden verdeeld over verschillende actoren binnen de overheid (ministeries, provincies, gemeenten)?

Nog onduidelijk

 

Wat voor (review) systeem zal worden gebruikt in Nederland om er voor te zorgen dat de Nederlandse staat de doelstellingen van de internationale afspraken zal halen?

PBL als onafhankelijk orgaan. Daarnaast zal toetsing plaatsvinden door de tweede kamer. Ook bleek afgelopen jaar dat de rechter een rol als ‘reviewer’ heeft: hij kan de staat aanspreken op het schenden van de ‘zorgplicht’. De overheid volgt de Klimaatzaak nauwlettend.

 

Hoe gaat de Nederlandse overheid er voor zorgen dat het Klimaatakkoord concreter wordt dan eerdere akkoorden? In de kamerbrief staat: ‘’De inzet is tegelijk dat het nieuwe klimaatakkoord flexibel genoeg wordt om herziening van ambities mogelijk te maken zonder nieuwe onderhandelingen of ratificaties.’’, wat is de achterliggende gedachte achter deze zin?

De nadruk ligt op flexibiliteit zodat zoveel mogelijk landen hun handtekeningen willen en kunnen zetten straks onder het akkoord.

 

Wat is jullie visie op het voorgestelde reviewsystem? Zien jullie mogelijkheden voor maatregelen waardoor het akkoord beter zou kunnen worden nageleefd en staten worden gehouden aan internationale afspraken?

De overheid ziet een reviewsysteem als zeer belangrijk. Het is nog niet echt duidelijk in welke vorm, maar zoals uit het verslag bleek is een van de kerndoelen dat het akkoord dynamisch zal zijn wat inhoudt dat er regelmatig een review of update zal zijn om te kijken wat er verbeterd kan worden.

 

Wat is het meest directe belang voor Nederland voor dit klimaatakkoord? Nationaal belang (stijging zeespiegel) of globaal belang (2 graden temperatuurstijging)?

Het gaat om mondiaal belang, want mondiaal belang is ook ons belang. Zowel nationaal als internationaal dus.

 

Wie zien jullie als aansprakelijk voor het nakomen van de internationale klimaatafspraken die zullen worden gemaakt?

Ingewikkelde vraag: aansprakelijkheid gaat in de ogen van de overheid wat betreft klimaat niet over toekomstige afspraken en nakomen, maar over wie verantwoordelijk is voor het veroorzaken van het klimaatprobleem en daar voor moet opdraaien. Dat is zo’n lastige vraag dat het zou kunnen dat daar nooit een antwoord op komt.