Keryxklimaatbode

Over milieubeleid

Wat is de eerste officiële Nederlandse reactie op de COP21?

Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

17-12-2015,

Reint Fischer.

Er ligt een wereldwijd en ambitieus klimaatakkoord op tafel. Vele internationale media hebben het gevierd als begin van het einde van fossiele brandstoffen. Omdat het akkoord gericht is op de nationale bijdrages van alle 195 landen die het ondertekend hebben, ligt de bal nu bij nationale overheden, bedrijven en non-gouvernementele organisaties. Behalve over klimaatfinanciering staan er geen concrete maatregelen in het akkoord. Die maatregelen moeten voortvloeien uit nationaal beleid en initiatieven van onderaf. In de maanden naar aanloop van de klimaattop hebben landen hun INDC’s (Intended National Determined Contributions) openbaar gemaakt. Deze zullen in de toekomst elke vijf jaar opnieuw herzien worden en de geboekte vooruitgang in elk land moet dan gerapporteerd worden. Het is de bedoeling dat bij herziening de doelen omhoog worden bijgesteld omdat we nu niet onder de 2 graden stijging komen. Om dat te realiseren moeten alle betrokkenen in Nederland samenwerken.

Het leuke is: in het klimaatprobleem is iedereen betrokkene. Vooraf organiseerde het ministerie van Infrastructuur en Milieu ook al een stakeholderbijeenkomst met als doel de partijen die realiseren dat zij betrokken zijn bij elkaar te brengen om initiatieven uit te wisselen en de neuzen dezelfde kant op te krijgen. Met hetzelfde doel nodigde de Nederlandse Klimaatcoalitie op de ochtend van 17 december vijf leden van de Nederlandse delegatie en allerlei partijen die geïnteresseerd zijn in wat dit verdrag voor hen betekent uit in het provinciehuis van Den Haag.

Hoe gaat het akkoord in Nederland leiden tot concrete maatregelen? Het verdrag gaat in principe in vanaf 2020; wat gebeurt er tot die tijd en wat verandert er daarna? Hoe gaat de overheid initiatieven van bedrijven, NGO’s en burgers samenbrengen in het klimaatbeleid? Met deze vragen in het achterhoofd gingen Jasper Smits en ik op pad naar Den Haag.

De ochtend werd geopend door Selçuk Akinci, voormalig wethouder in Breda en dagvoorzitter, en Han Weber, aanwezig vanuit de provincie Zuid-Holland en zodoende gastheer. Net zoals bij de stakeholdermeeting vóór de COP mochten Michel Rentenaar en Ivo de Zwaan vanuit de Nederlandse delegatie hun visie op de klimaattop uiteenzetten. Zij gaven samen met Donald Pols van Milieudefensie een eerste beeld van de uitkomst en consequentie van het klimaatverdrag door hun verhaal te vertellen. Hierbij was er de gelegenheid om vragen te stellen om dit beeld verder te verscherpen.

De heren van de Nederlandse delegatie legden de nadruk op de focus van de internationale politiek. Die is verschoven van het creëren van een bindend rechtssysteem met mondiale wetten naar het opzetten van een netwerk van positieve eigen bijdrages. Landen moeten financieel en infrastructureel brede steun krijgen voor hun eigen initiatieven. Vervolgens moeten transparantie en de politieke druk die dan ontstaat aanzetten tot het nakomen van de gemaakte afspraken. Dit heeft geleid tot verbreding; alle landen durven een verdrag te tekenen waar ze niet door voor de rechter gesleept kunnen worden. Het enthousiasme van ambitieuze landen en de imminente dreiging voor kwetsbare landen moeten het gebrek aan aansprakelijkheid opvangen. Daarnaast moeten scheve verhoudingen in de ondernomen actie duidelijk zichtbaar worden door de vijfjarige herzieningscyclus.

Donald Pols noemde het verdrag in Parijs een springpoort; de media-aandacht zorgt voor een geweldig negatieve naam van fossiele brandstoffen. Het feit dat het grote publiek een afkeer ontwikkelt van investeringen in kolencentrales, gas- en oliehandel leidt het einde van een tijdperk in. Als consumenten en stemgerechtigden zal het grote publiek bepalen welke koers er wordt gezet en Parijs is bij uitstek het signaal wat dit gedachtengoed onder alle mensen versterkt.

De ruimte voor vragen werd benut om het verkregen beeld van de COP21 verder te aan te scherpen. Om de gehele Nederlandse samenleving beter op de hoogte te brengen zou er een officiële publieke samenvatting van het akkoord moeten komen in versimpelde taal. Verder denkt Michel Rentenaar dat de eerdergenoemde ideeën van de internationale politiek zich in de komende jaren langzaam verder zullen ontwikkelen, maar exacte ideeën over hoe dat dan precies zal gaan noemde hij niet.

Na deze plenaire sessie gingen alle aanwezigen in drie groepen uiteen: overheden, bedrijven en NGO’s. Onderling werd er besproken hoe zij op hun eigen terrein vorm kunnen geven aan het verdrag. Voor deze bijeenkomst lag onze interesse het meest bij de groep met overheden, aangezien we de meest gestructureerde reactie mogen verwachten op de afspraken in het akkoord van hen die het getekend hebben. Die reactie hangt natuurlijk onder andere af van hoe het met de samenwerking gesteld is tussen de verschillende overheden.

Geïnteresseerde leden van gemeenteraden, provinciebesturen en ministeries kwamen bij elkaar in de subsessie overheden. De tendens van het gesprek was analoog met die van de nieuwe internationale politiek. Samenwerking wordt langzamerhand opnieuw ontdekt, waarbij voor overheden op verschillende niveaus steeds het faciliteren centraal staat. Overheden willen elkaar en de bedrijven en burgers met wie zij te maken hebben vaker de vraag stellen: wat hebben we van elkaar nodig en wat kunnen we elkaar bieden? Omdat bedrijven en andere organisaties steeds meer betrokken moeten worden, vonden veel van de aanwezige overheden het jammer dat ze nu uiteen waren gegaan en dus niet samen ideeën voor een nieuw beleid konden uitwisselen. Hoewel dwingende kaders van het rijk door veel lokale overheden wel werden toegejuicht om sneller naar bepaalde doelen te kunnen werken, ging de discussie vooral over de faciliterende taken van alle overheden: het vormen van een netwerk en meer samenwerkingsverbanden tussen gemeentes en provincies onder andere door het organiseren van bijeenkomsten met koplopers op gebieden als duurzaamheid; het overtuigen van andere bestuurders om meer in te zetten op een duurzame regio; het belonen van duurzame initiatieven, organisatorisch en financieel. Het was niet de bedoeling dat er in detail werd besproken hoe budgetten verdeeld moesten worden, maar iedereen was het erover eens dat de financiële structuur waarmee duurzame initiatieven op alle schalen gefaciliteerd worden een belangrijke schakel is in een succesvol beleid. In het belastingsysteem, de investeringen en aanbestedingen van verschillende overheden kan nog veel verduurzaamd worden en valt veel winst te behalen, zo luidde de conclusie. Om de samenwerking op verschillende niveaus verder te versterken zijn het uitbreiden of verbeteren van de Nationale klimaatagenda en het stellen van concrete doelen die in een bepaald jaar gehaald moeten worden veelgenoemde opties.

Na een uur uiteen te zijn geweest in de verschillende groepen, kwam iedereen weer bijeen voor een laatste plenaire sessie. Wat de groepen besproken hadden werd kort samengevat zodat iedereen op de hoogte was van de algemene opvattingen. Dit gaf aanleiding voor verdere uitwisseling van concrete ideeën gedurende de afsluitende lunch.

In de subsessie bedrijven kwam vooral naar voren dat de aanwezige bedrijven vaak veel ambitieuzer zijn dan wat er door overheden wordt afgesproken. Voorbeelden werden gegeven waar bedrijven in samenwerking met lokale overheden mooie projecten op hebben gezet die veel veranderen in een gemeente of regio. De drempel is voor veel van deze initiatieven echter vrij hoog; de tijd die bedrijven in lobbyen steken bij lokale bestuurders kan veel efficiënter worden besteed als er een plan van samenwerking is vanuit de overheid om duurzame projecten op te zetten. Hier liggen volgens de bedrijven nog veel kansen voor Nederland en ook in deze subsessie was er wat teleurstelling over het feit dat ze niet met overheden en NGO’s om de tafel zaten, maar uiteen waren gegaan.

De NGO’s hebben hun rol in het proces na de klimaattop besproken. In de plenaire sessie ging het al over het vertalen van het verdrag voor alle burgers en de NGO’s denken dat ze in het betrekken van grotere groepen burgers een belangrijke rol op zich kunnen nemen. Verder kunnen ze doorgaan met het faciliteren van duurzame projecten en zien ze het belang van een meer georganiseerde samenwerking met bedrijven en overheden.

Onze conclusies van de dag waren net zoals na de vorige bijeenkomst dat er nog weinig structuur is in de samenwerking tussen alle aanwezige partijen. Dit soort bijeenkomsten behoort op dit moment nog tot de belangrijkste momenten voor feedback. Voor gestructureerde samenwerking zijn dit soort facultatieve bijeenkomsten die niet georganiseerd zijn om diep in te gaan op concrete maatregelen die op papier komen te staan, niet geschikt. Verder zijn de ontwikkelingen in de manier van samenwerken, nationaal en internationaal, interessant om verder te volgen.

Welk vervolg wordt er aan deze ontwikkelingen gegeven? Is de focus op positieve eigen bijdrages succesvol in de toekomst? Hoe worden de details van het verdrag verder uitgewerkt de komende tijd? Dit zijn de vragen die op deze zeer interessante terugkeerbijeenkomst bij ons zijn opgekomen en die de komende tijd in ieder geval de achtergrond zullen vormen voor ons verdere onderzoek.

 

1 Comment

  1. Mooi stuk Reint!

    Heb het nu pas helemaal kunnen lezen, helder prettig leesbaar verslag!

Geef een reactie

Your email address will not be published.

*

© 2018 Keryxklimaatbode

Theme by Anders NorenUp ↑