Share on Facebook0Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0

Jasper Smits.

Na elke grote gebeurtenis in de geschiedenis is er altijd een moment van stilte. Een daling van belang in het grote nieuws. Een tijd van minder informatie. Het is het wachten op je punt na het maken van je tentamen. Weken voorbereiden, colleges volgen, leren tot in de late uurtjes en dan een week stilte. Een week hoor je niks van je docent en dan is er je cijfer.

Zo lijkt het ook te gaan na de gebeurtenis afgelopen december in Parijs, waar de wereld samenkwam om een akkoord te sluiten en daarmee klimaatverandering zo goed mogelijk tegen te gaan. Al maanden is er weinig aandacht in het nieuws voor de trends rondom klimaatverandering en dit akkoord. Alsof de wereld eventjes haar slechte toestand is vergeten. Maar wanneer krijgen we ons cijfer dan?

 

Op 22 april zijn er 175 landen bijeengekomen in New York om het akkoord in Parijs te ondertekenen en te bekrachtigen. Dit is de eerste keer in de geschiedenis dat er zoveel wereldleiders op een dag hun handtekening hebben gezet. Dus zo stil is het eigenlijk niet. Dit toont de welwillendheid van de wereldleiders, maar tevens ook de sfeer onder het( Nederlandse) volk. Iets wat niet in het nieuws is, is niet van belang. Iets wat niet duidelijk en dreigend is, wordt makkelijk vergeten onder de stress van een normale dag. Misschien valt er zelfs te spreken van een ‘klimaatmoeheid’. Men is er een beetje klaar mee, met al dat gezeur over een klimaatverandering. Natuurlijk spreek ik niet voor iedereen, maar ik spreek nu, helaas, voornamelijk namens mezelf. Weken heb ik er niks van gehoord, maar dat was omdat ik passief het nieuws volgde. Ik ging niet actief op zoek naar de nieuwste gegevens omtrent de klimaatverandering. Een tijd van stilte, is een tijd van vergeten in dit geval.

 

Vandaar dat er iemand eens moet gaan schreeuwen. Wie verbreekt de stilte? Van 16 tot 26 mei zal er in Bonn een klimaat conferentie plaatsvinden. Hier zal het gaan over de implementatie van het Parijs akkoord en de uitvoering ervan. Meerdere stukken zullen over deze bijeenkomst nog verschijnen. Een publieke gewaarwording van het klimaatprobleem is beetje bij beetje op gang aan het komen. Hoe meer er over wordt verteld, hoe sneller het zal verlopen. Dat is ook zeker het geval in Nederland, al staan wij nog wel ver beneden ons kunnen. In 2014 werd er 5.5% van de totale gebruikt energie in Nederland duurzaam opgewekt. Daarmee staat Nederland in de onderste laag van Europese landen in duurzame energie opwekking. Het doel is om dit in 2020 14% te laten zijn, waarmee we in de middenmoot terecht zouden komen.[1]

 

Voor een land met een kenniseconomie is onze vernieuwing in de duurzaamheid te traag in vergelijking met andere, armere, landen. Een stilte is zeker een moment om alles te laten bezinken, maar na die bezinking moet er een tijd van actie komen. Als het aan mij ligt, is die tijd nu aangebroken. Nederland moet laten zien hoe sterk het kan zijn en voor meer willen streven dan die 14% duurzame energie. Ik zal niet in one-liners vervallen door te zeggen dat verandering bij jezelf begint, maar verandering zal moeten gebeuren. In Bonn zal besloten worden hoe die verandering zal gaan verlopen en wij, het volk van Nederland, zullen die zo goed mogelijk aanvaarden.

 

Dan zullen de afspraken gemaakt in Bonn toch nog tot uiting moeten komen in de samenleving en door dringen in alle lagen ervan. Wiens verantwoordelijkheid is dat? Meerdere actoren spelen hier in rol in. Organisaties, zoals wij bijvoorbeeld, zorgen voor een verspreiding ervan. Maar de grote media zullen het belangrijkste werk moeten verrichten om het bekend te maken in heel Nederland. De politiek zal het belang van de afspraken inzien, waardoor de media het sneller zullen overnemen. Het grootste hekelpunt is het belang van het probleem kenbaar maken. Als het eenmaal is aangenomen is de stap naar verandering makkelijker te maken. Er moet een reden zijn om verandering te laten gebeuren. Het moet aantrekkelijk zijn voor bedrijven om groen te gaan produceren en werken. De burger moet het nut inzien van een groener en duurzamer leven. Publieke actoren zullen hieraan meewerken.

 

Als Wageningse student is het allemaal makkelijk praten dit. ‘Duurzaamheid’ wordt ons elke dag weer met de paplepel ingegoten tijdens de colleges. Hier in Wageningen leeft het onderwerp, maar dat is niet overal in Nederland. Laat dat dan in ieder geval ons streven zijn. Laat dát ons cijfer worden.

[1]Share of renewable energy in gross final energy consumption, Eurostat, http://ec.europa.eu/eurostat/web/energy/data/main-tables